Wetenschappelijk onderzoek

“Oorlogsverslaggever Arnold Karkens maakt gehakt van Officier in Afghanistan,” zegt Wereld in Oorlog in haar vier-sterren recensie van Officier in Afghanistan. Om te vervolgen: “Zijn kritiek kwam overigens zonder dat hij het boek ook maar had gelezen. Dat is nogal kortzichtig, want verwijten dat de schrijfster partijdig zou zijn, blijken geheel onterecht.”

In eerste instantie dacht ik tijdens de Twitter conversatie waar Wereld in Oorlog aan refereert nog dat Karskens wellicht geïrriteerd was over de beschrijving* van een niet nader genoemde onafhankelijke journalist in mijn boek. Maar dat leek het niet te zijn, het zit dieper. Karskens gaat ervan uit dat een boek van een militair een “propaganda brochure” (06:00 AM – 02 Jul 12) is. Hij wil Officier in Afghanistan dan ook niet lezen: “ik lees liever de echte waarheid” (05:13 AM – 03 Jul 12).

Een interessante stellingname: dat boeken die door militairen zijn geschreven per definitie niet de waarheid beschrijven. Zouden militaire schrijvers dat ook vinden? Dat is een vraag waar ik met mijn proefschriftonderzoek direct antwoord op kan geven. Internationaal gezien geeft 60% van de militaire auteurs in hun voorwoord aan te vinden dat ze de waarheid vertellen. Voor sommigen is dat ‘de’ waarheid (in de bovenstaande grafiek aangeduid met ‘objectief’), anderen vinden dat ze ‘hun’ waarheid vertellen (‘subjectief’ in de grafiek).

Anthony Shaffer, de schrijver van Operation Dark Heart schrijft bijvoorbeeld:

This book is based on my recollections […].  I also drew on a journal that I kept at the time. While memory is never 100 percent accurate, I’ve done my best, with the help of others, to tell the story truthfully. (blz xi)

Conclusie: Militaire auteurs vinden het belangrijk om te laten weten dat zij vinden dat ze de waarheid beschrijven, zelfs als sommige journalisten dat a priori afwijzen.

 

*Het stukje over de niet nader genoemde onafhankelijke journalist:

Ik word uit deze netelige situatie gered door een kleine man met een baard van twee dagen, die een glimlach om zijn mond heeft, maar wiens ogen niet meelachen.

‘Klopt het dat u het hoofd luchttransportplanning van de navo bent?’ vraagt hij.

‘Correct,’ zeg ik.

Hij stelt zich voor, zowel aan mij als aan de ambassadeur en concentreert zich dan direct weer op mij.

‘Ik ben als onafhankelijk journalist hier in het gebied en ik zou graag naar Tarin Kowt, de toekomstige Nederlandse basis in Uruzgan gaan. Kunt u mij misschien op een vlucht plaatsen?’

Ik moet op mijn tong bijten om de vraag binnen te houden of zijn onafhankelijkheid niet geschaad wordt door gebruik te maken van de transportdiensten van militairen. Geïnspireerd door de diplomatieke omgeving en mijn eerdere fuck-up doe ik dat niet en ik ben trots op mezelf. Diplomaat is tenslotte een van de vele rollen die een hedendaagse militair feilloos moet kunnen vervullen, naast die van ontwikkelingswerker, bestuurder-manager en militair uiteraard. De 3D-aanpak wordt dat genoemd, ook wel bekend als de ‘Dutch Approach’: Defense, Diplomacy, Development.

‘Helaas, de navo voert op dit moment nog geen vluchten op stage four locaties als Uruzgan uit, maar wellicht vliegt Nederland al wel op Uruzgan.’ Ik wijs naar een van de officieren met wie ik ben aangekomen. ‘De Nederlandse chef staf, die dame daar, kan u daar meer over vertellen.’

Als een zoef-de-haas is hij onmiddellijk weer weg. Zelfs een dankjewel kan er niet van af.

(Officier in Afghanistan, blz 168-169)

 

Het septembernummer van veteranenblad Checkpoint heeft een mooie recensie van Officier in Afghanistan opgenomen. Ze hebben het over ‘grappig verhalen en anekdotes’,  ‘uniek en soms kritisch’ en ‘humoristisch en vlot geschreven’. Daar ben ik uiteraard erg blij mee.

Defensiegeklaag

Wel jammer is dat er twee keer in de tekst wordt gesuggereerd dat ik in het boek klaag over de Nederlandse Defensie: ‘tevens geeft zij hiermee een signaal af dat er bij Defensie nog heel wat te verbeteren valt’  en even later ‘een uniek en soms kritisch inkijkje in de manier waarop de Nederlandse Defensieorganisatie werkt’.

NAVO-geklaag

Dat moet ik toch even rechtzetten. Dat doe ik namelijk niet in het boek. Ik zal niet ontkennen dat ik bij tijd en wijle klaag en kritische inkijkjes geef, maar dat doe ik over de NAVO bureaucratie, niet die van de Nederlandse Defensie. Ik zou niet durven. Zoals ook uit de eerste resultaten van mijn proefschriftonderzoek naar boeken van militaire schrijvers blijkt: negatieve plots worden vrijwel alleen geschreven door militairen die al uit dienst zijn (p=0,005) :)

De hele recensie is hier te lezen.

 

Muhammad Ali Pasha
“Het pasha-syndroom, dat klinkt leuk!”, zegt de sociologie professor terwijl hij in zijn achterzak naar zijn iPhone grijpt om een aantekening te maken. We zitten op een terras bij het water met zes militaire sociologen uit Nederland, België en Turkije en hebben het over luie, dikke, machtige mannen en hoe je die omschrijft in verschillende talen.“En wat is dat syndroom dan?” vraag ik.

“Ah, dat komt wel. Eerst inspiratie en een leuke naam en dan volgt het syndroom vanzelf wel.”

Dus dat is die inspiratie waarover in de wetenschap zo geheimzinnig wordt gedaan. Leerzaam hoor, zo’n wetenschappelijke conferentie.

Statistical Data AnalysisDe eerste resultaten voor mijn proefschrift zijn binnen. Twee weken geleden was ik klaar met de eerste lezing en analyse van alle 54 boeken die ik onderzoek: boeken van militaire auteurs uit vijf verschillende landen over hun ervaringen in Afghanistan. Vorige week heb ik alleen maar achter het statistiekprogramma SPSS gezeten om de resultaten te analyseren, zodat ik die deze week op mijn eerste wetenschappelijke conferentie kan presenteren.

Plot

Het was zo spannend om het ene na het andere significante resultaat uit de computer te zien rollen. Zo schrijven auteurs die niet meer voor defensie werken als hun boek uitkomt veel negatievere verhalen en per land verschilt het soort verhalen dat wordt geschreven: de Duitsers publiceren heel veel disillusionment plots, terwijl de Nederlanders dat in de periode die ik onderzoek (2001-2010) helemaal niet doen. En als een militaire auteur geholpen wordt door een bekende schrijver, dan rollen daar ook heel andere verhalen uit: actieplots bijvoorbeeld.

Reservisten

Net zo spannend is het om in sommige gevallen totaal niet-significante resultaten te zien. Kijkend naar de Nederlandse boeken, die voornamelijk door reservisten zijn geschreven en het grote volume aan de reservisten (30%) deden mij vermoeden dat reservisten eerder boeken schrijven dan beroepsmilitairen, maar een eerste statistische analyse laat zien dat dat alleen voor Nederland geldt. En reservisten blijken dezelfde soort verhalen te vertellen als hun beroepscollega’s.

Afghanistan

De eindconclusie is helder: westerse militairen die in Afghanistan op uitzending zijn geweest schrijven verhalen die per land verschillen. Fascinerend. Onderzoek doen is leuk!

Promotie © Erasmus Universiteit“The University’s Board of Directors accepted the resignation of Professor Dirk Smeesters on Thursday 21 June 2012”, zegt het nieuwsbericht van de Erasmus Universiteit.  Smeesters heeft data dusdanig gemanipuleerd dat hij nu twee wetenschappelijke publicaties moet terugnemen.

 

Doctorstitel

Ik denk terug aan mijn vorige begeleidingsgesprek met mijn promotiebegeleider. Toen broeide er duidelijk al wat.

“We hebben onlangs een promovendus tijdens de plechtigheid afgewezen,” zei hij.

Dat moest ik een momentje laten bezinken. In het Verenigd Koninkrijk mag het dan gebruikelijk zijn om pas bij de promotieplechtigheid te horen of je daadwerkelijk de doctorstitel krijgt, maar ik had begrepen dat in Nederland de beoordelingscommissie eventuele problemen met je proefschrift voorafgaand aan de ceremonie doorgaf. Promotieceremonie = doctor worden, dacht ik altijd.

Diederik Stapel effect

“Is dat gebruikelijk aan uw universiteit?” vroeg ik, toch licht bezorgd dat ik mezelf het weer eens moeilijk maakte door voor een topuniversiteit te kiezen.

Hij schudde zijn hoofd. “Dit is het Diederik Stapel effect. Sinds een paar maanden is de focus compleet verlegd van zoveel mogelijk promoties afdoen, naar zeker weten dat de wetenschappelijke inhoud van een proefschrift klopt.” Hij nam een slok uit zijn glas. “Hou er rekening mee dat je je SPSS database aan de commissieleden ter beschikking moet stellen en dat ze delen van je onderzoek zullen doorrekenen.”

Veranderen

Mij klonk dat volstrekt logisch in de oren. Om heel eerlijk te zijn lijkt me het Diederik Stapel & Dirk Smeesters effect heel gezond voor de wetenschap als het dit soort veranderingen teweeg brengt.

Maar ik ben er nog niet over uit of dat nou ook moet betekenen dat je pas op je promotieplechtigheid gaat horen of je daadwerkelijk doctor wordt. Je kunt ook teveel willen veranderen in een keer. Tradities die in je voordeel zijn, moeten niet zomaar geschrapt worden. Toch?

Ook in Nederland moet pas tijdens de promotieplechtigheid worden besloten of je doctor wordt.

View Results

Laden ... Laden ...

 

 

 

Bestel een gesigneerd exemplaar

Archief

Categorieën