Het septembernummer van het veteranenblad Checkpoint  is een special over veteranenboeken. Omdat ik wetenschappelijk onderzoek naar internationale militaire schrijvers doe, wilde de redactie graag weten of Nederlandse veteranenauteurs anders zijn dan militaire schrijvers uit andere landen. Mijn antwoord op die vraag is in onderstaande artikel te vinden. De uiteindelijke, opgemaakte versie staat in deze pdf.

Onderzoek naar militaire boeken in binnen- en buitenland

Schrijven Nederlandse veteranen anders?

Het Veteraneninstituut organiseert op 26 en 27 september een tweedaags symposium over veteranenboeken. De eerste dag gaat het vooral over Engelstalige boeken, de tweede dag komen Nederlandse veteranen aan het woord over hun ervaringen met boeken. Esmeralda Kleinreesink, zelf Afghanistanveteraan en schrijver, doet aan de Defensie Academie een vergelijkend onderzoek naar Nederlandse en buitenlandse veteranen die boeken schrijven. Speciaal voor Checkpoint doet zij verslag van haar bevindingen.

Al sinds jaar en dag wijdt Checkpoint in elke uitgave aandacht aan militaire boeken in de rubriek Checkboek. Het vullen van die rubriek is nooit een probleem, want er worden genoeg boeken over, maar ook door militairen geschreven. Zoveel, dat vorig jaar de stichting Nederlandse Veteranendag zelfs besloot om een aparte Veteranenboekendag te organiseren om schrijvende veteranen een podium te bieden. Die eerste boekendag vond plaats in boekenmuseum Meermanno in Den Haag, waar momenteel ook een expositie over de militaire boekcultuur in Nederland te zien is. Kortom: schrijvende militairen zijn hot.

Afghanistanboeken

Dat roept wel gelijk een heleboel vragen op: wie zijn die militaire schrijvers eigenlijk, waarom schrijven ze en zijn veteranenschrijvers in Nederland anders dan die in andere landen? Voor het onderzoek is gekeken naar alle autobiografische boeken over Afghanistan die veteranen uit vijf verschillende landen hebben uitgegeven tussen 2001 en 2010. Dat zijn er zowel in Nederland als in Duitsland 7, in Engeland 15, in de Verenigde Staten 22 en in Canada (Engelstalig) 3, dus 54 in totaal. Hoe meer militairen een land uitzendt, hoe meer boeken er worden geschreven: voor de Afghanistanmissie geldt dat gemiddeld één boek wordt uitgegeven per 6.000 uitgezonden militairen. Die boeken worden heel snel uitgegeven, meestal binnen twee jaar nadat de militair terug is van uitzending. In Nederland zijn in deze periode zeven Afghanistanboeken verschenen: Voor de verandering (Gilbert Silvius, Boekenplan, 2007), Taskforce Uruzgan (Gijs Scholtens, Aspekt, 2007), Een reservist in Uruzgan (Reinder Bielleman, Mijn eigen boek, 2009), Huisarts in Uruzgan (Martien van der Heijden, Servo, 2009), Consultant in het groen (Florentien Braat, Boekenplan, 2009), Berichten uit Kandahar (Frits Heukers, Boekscout, 2010) en de bekendste Soldaat in Uruzgan (Niels Roelen, Carrera, 2009).

Wie publiceert?

Wat opvalt in dit rijtje, is dat maar twee van de boeken bij traditionele uitgevers zijn uitgegeven: Soldaat in Uruzgan van Niels Roelen bij Carrera en Taskforce Uruzgan. Op zoek naar het recht, van Gijs Scholtens bij Aspekt, alle andere veteranenschrijvers betalen zelf om gepubliceerd te worden. Dat is een typisch Nederlands verschijnsel, in geen van de andere landen worden zoveel militaire boeken zelf uitgegeven (zie figuur 1). Alleen de VS kent ook veel zelf uitgevende militairen. Enerzijds zal dat te maken hebben met het feit dat in Nederland en de VS veel mogelijkheden om zelf uit te geven zijn, maar zeker in Nederland zal ook een gebrek aan commerciële interesse in militaire verhalen bij de traditionele uitgevers een rol spelen.

Wie schrijft?

Wat ook typisch Nederlands is, is dat er verhoudingsgewijs veel reservisten boeken schrijven, zeker als je het vergelijkt met de relatief kleine hoeveelheid reservisten die de Nederlandse krijgsmacht heeft. Alleen Niels Roelen en Martien van der Heijden zijn in vaste dienst, alle andere schrijvers zijn reservist. Maar dat valt wel te verklaren met een fenomeen dat in alle landen zichtbaar is, namelijk dat uitzonderlijk veel van de militaire schrijvers (en reservisten) individueel uitgezonden zijn. Het lijkt erop dat militairen die niet met hun eigen eenheid op uitzending zijn geweest sneller de neiging hebben om een boek over hun ervaringen te schrijven. En dat is natuurlijk niet zo gek, want zij hebben veel minder andere uitlaatkleppen om hun ervaringen te delen. Uit Pools onderzoek blijkt dat soldaten het liefst en het meest met andere soldaten praten over hun ervaringen, maar juist die collega’s die hetzelfde hebben meegemaakt op uitzending ontbreken voor individueel uitgezonden soldaten.

Schrijfmotieven

Dat wil overigens niet zeggen dat militaire schrijvers dat zelf ook als belangrijkste reden om te gaan schrijven aangeven. Als je kijkt naar de redenen die ze in hun eigen boeken geven waarom ze schrijven (zie figuur 2), dan valt op dat militairen in alle landen weinig praten over hoe het schrijven van hun boek hem of haar zelf heeft geholpen. In Nederland geeft niemand dat als schrijfmotivatie. Het helpen van anderen is echter zowel in Nederland als in andere landen wel een belangrijk schrijfmotief. Braat begint bijvoorbeeld het nawoord van Consultant in het groen als volgt: ‘Dit boek afsluiten zonder geleerde lessen (lessons learned) zou een gemiste kans zijn.’ Ook het teweegbrengen van een verandering is belangrijk voor militaire schrijvers, bijvoorbeeld door hun lezers iets nieuws te leren. Bielleman begint Een reservist in Uruzgan met: ‘Dit verhaal probeert vooral die zaken die het nieuws niet halen, eens onder aandacht te brengen. Maar ook wat meer te vertellen over de dagelijkse problemen die onze mannen en vrouwen die daar werken tegenkomen.’

Wat heel erg opvallend is, is dat geen van de Nederlandse schrijvers rept over dat ze meer erkenning willen, voor zichzelf of voor anderen. Geen van de Nederlandse boeken heeft bijvoorbeeld een dodenlijst of een lijst met gedecoreerden achterin het boek, iets wat in alle andere landen wel voorkomt. Ook wordt er in de voor- en nawoorden van de Nederlandse boeken niet geklaagd over gebrek aan erkenning, zoals bijvoorbeeld de Engelse auteur van Task Force Helmand, Doug Beattie, wel doet: ‘Many of these brave soldiers have drifted off into obscurity, their exploits never to be recognized by anyone other than friends and family.’ Of gebrek aan erkenning als schrijfmotief wordt opgevoerd door schrijvers, hangt heel erg samen met de vraag of er voldoende aandacht in een land is voor de missie. Voor Afghanistan was die aandacht er in Nederland absoluut, terwijl die er in de VS bijvoorbeeld veel minder was, omdat daar de oorlog in Irak alle aandacht trok. Ook in een land als Duitsland, dat na de Tweede Wereldoorlog niets meer van militairen en oorlog moet hebben, is ‘erkenning’ juist wel een erg belangrijk schrijfmotief.

Positieve verhalen

Nederlandse Afghanistanveteranen die tussen 2001 en 2010 een boek over hun ervaringen schreven, schrijven unaniem positieve verhalen: ze zijn als persoon gegroeid, hebben er veel van geleerd en willen graag aan de buitenwereld laten zien dat ze goed bezig geweest zijn. Dat is niet in elk land het geval (zie figuur 3). Of schrijvers overwegend positief of negatief zijn, hangt af van twee factoren: of ze combattant zijn en of ze nog voor Defensie werken. Om met het laatste te beginnen: schrijvers die nog voor Defensie werken op het moment dat hun boek wordt uitgegeven, schrijven veel positievere verhalen dan mensen die uit dienst zijn. En combattanten – militairen die hun wapen in eerste instantie dragen om het actief te gebruiken, niet voornamelijk uit zelfverdediging – schrijven veel negatievere verhalen dan non-combattanten.
Gezien het feit dat alle Nederlandse auteurs nog in dienst van Defensie waren bij het uitkomen van hun boek en onder de Nederlandse auteurs de non-combattanten overheersen – met twee business consultants (Braat en Silvius), een econoom (Heukers), een bouwkundige (Bielleman), een arts (Van der Heijden) en een jurist (Scholtens) – is het dan ook niet verbazingwekkend dat juist in Nederland de positieve verhalen overheersen.

Weinig verschillen

Al met al is dan ook de conclusie dat Nederlandse veteranenschrijvers niet zo heel erg veel afwijken van hun collega’s uit andere landen. Er worden hier relatief gezien net zoveel boeken geschreven als in andere landen, net als in andere landen voor een opvallend groot gedeelte door militairen die individueel zijn uitgezonden geweest en om redenen die vooral met het helpen van anderen te maken hebben. De verschillen die er zijn, bijvoorbeeld de positieve verhalen en het ontbreken van het schrijfmotief ‘erkenning’, zijn volledig te verklaren uit de algemene onderzoekresultaten. Kortom: Nederlandse militaire schrijvers zijn soms anders dan schrijvers uit andere landen, maar meestal niet.

2 Responses to Schrijven Nederlandse veteranen anders?

  • Paula schultink-faro says:

    Ja ik vind dat Nederlandse veteranenschrijvers wel anders schrijven en zeker als ze nog in dienst zijn,je zou bijna zeggen bang om te eerlijk hun mening te geven die toch heel belangrijk is,omdat het gewoon zo is gegaan.
    Wel vind ik het fijn dat wij al gewonen burgers kunnen lezen hoe iedereen daar hun werk moest doen ik heb ook heel veel Respect gekregen voor Veteranen daar door!

    • Esmeralda Kleinreesink says:

      In alle landen zie je dat effect: mensen die nog in dienst zijn, schrijven veel positiever dan mensen die niet meer in dienst zijn. Dat kan zowel te maken hebben met het feit dat mensen bang zijn om hun mening te geven in het kader van ‘wiens brood men eet, diens woord men spreekt’, maar het kan ook te maken hebben met het feit dat mensen die de dienst uit zijn, niet voor niets weg zijn gegaan: juist omdat ze negatieve ervaringen hadden zijn ze de dienst uitgegaan en schrijven dan pas over die (negatieve) ervaringen. Uit eerder onderzoek is bekend dat mensen die negatief zijn over hun organisatie ook vaker die organisatie verlaten.

      Dat ‘gewone burgers’ de verhalen graag lezen en daardoor respect voor de veteranen krijgen, is het belangrijkste effect wat militaire schrijvers willen berijken met hun boeken, dat geeft namelijk 74% van de boekenschrijvers aan als een reden om te schrijven, blijkt uit mijn onderzoek. Goed te horen dus, dat het ook een echt effect is!

Bestel een gesigneerd exemplaar
Archief
Categorieën