Afgelopen week schreef een collega me:

Gisteren heb ik het boek Officier in Afghanistan uitgelezen. Wat fijn dat een militair ook ‘normaal’  kan schrijven; stukken beter dan de ambtelijke taal die we met elkaar hebben verzonnen. Ik vond het een prettig leesbaar en mooi verhaal!

Een paar uur later zit ik in de bibliotheek van de Koninklijke Militaire Academie in het augustusnummer van Wapenbroeder te bladeren waar een lovende recensie van Officier in Afghanistan instaat. Ook hier gaat het over schrijfstijl:

Boeken over uitzendingen naar oorlogsgebieden, zijn vaak niet meer dan goedbedoelde pogingen om de lezer een indruk te geven van hetgeen zich daar heeft afgespeeld. Deze boeken laten zich vaak moeilijk lezen, zeker voor degenen die weinig kennis hebben van militair jargon. Na een eindeloze opsomming van gebeurtenissen, vaak in teveel details en met teveel zijsprongen omschreven, haak je als lezer na pakweg dertig pagina’s toch echt af.

En concludeert dat dat voor Officier in Afghanistan gelukkig niet geldt:

Het boek ‘Officier in Afghanistan’ is een aangename aaneenschakeling van anekdotes die je in een adem uitleest. […]. Een aanrader. Menige militair die op uitzending is geweest zal zich in deze verhalen herkennen. Voor anderen biedt het een bijzonder aangename en interessante kijk in de keuken van het reilen en zeilen van militairen die op uitzending gaan.

Zoals ik de collega terugschreef:

Het heeft mij een jaar gekost en heel wat coaching voordat ik in staat was om ‘normaal’ te schrijven. Hoe makkelijker  een boek leest, hoe meer bloed-zweet-en-tranen het de schrijver heeft gekost om het leesbaar te maken, heb ik geleerd. Dus je begrijpt dat ik erg blij ben met je compliment, dan is al dat werk niet voor niets geweest.

Schrijven, het lijkt zo simpel.

 

De hele recensie van Wapenbroeder is hier te lezen.


 

 

Bestel een gesigneerd exemplaar
Archief
Categorieën