Vertalen

 

“Waar ben je eigenlijk doctor in geworden?” vraagt iemand op de borrel.

Ik heb geen idee. Ik ben een bedrijfskundige, maar promoveer aan de Erasmus School of History, Culture and Communication, bij een socioloog en een historicus op een interdisciplinair onderwerp dat literatuurwetenschappen, sociologie, psychologie, geschiedenis en militaire wetenschappen combineert.

Vanochtend pak ik nieuwsgierig de bul erbij, benieuwd naar het antwoord. Het is een prachtige bul, met het logo van de Erasmus Universiteit in reliëf, deels met de hand gekalligrafeerd en met een vuistgroot, rood zegel eronder. Om het af te maken is het opgesteld in de lingua franca van de wetenschap van een paar eeuwen geleden: Latijn. Indrukwekkend, maar niet bijster behulpzaam.

Voor zover mijn twee jaar Latijn reikt, denk ik dat het antwoord in de zinsnedes ‘in disciplinis ingenuis disquisitionem’ en de ‘ut bonarum artium studiosi peractis studiis’ zit. Maar geen idee wat dan.

Met lichte tegenzin maak ik voor het eerst van mijn leven gebruik van de vijand van de professionele vertaler: Google Translate. Tot mijn grote opluchting komt Google Translate niet veel verder dan ‘vrije kunsten van voltooide studies’ en ‘liberale nominaties’. Voorlopig hebben wij menselijke vertalers nog genoeg te doen.

Maar wat ik nou ben? Doctor in de liberal arts? Wie het weet mag het zeggen. Maar zoals een collega doctor op de borrel zei: “Ik heb eigenlijk geen idee waar ik doctor in ben. Boeien.”

Mijn proefschrift On Military Memoirs lezen? Dat kan hier.

Het lekenpraatje beluisteren (14:50)? Dat kan hier.

 

 

The first English reviews of Officier in Afghanistan have been published. I may not have an English literary agent yet, but the sample translations have been picked up by bloggers who are just as enthousiastic as the Dutch reviewers. Like the Dutch readers, they also have to laugh about it, although not always for the same reasons.  Milblogger CDR Salamander:

Working in an international environment is enlightening in many aspects, one of which is that you quickly realize that national stereotypes exist for a reason – they are more often than not accurate. […] The following excerpt is from the 2012 book ‘Officier in Afghanistan’ (‘An Officer in Afghanistan’), written by LCOL Esmeralda Kleinreesink (RNLAF). It makes me laugh, and anyone who has worked with the Dutch will get a giggle out of it – or cuss.

Damn, I have turned into a Dutch cliché! But a fairly good cliché, as one of the commenters notes:

I also worked with Dutch MPA folks at CTF-57 in early 00s. They were awesome — very professional and focused on the mission. But very blunt.

I think the Dutch can live with that.

More English sample translations can be found on the download page.

The CDR Salamander review

The Defensie Weblog review


Soms lees je een zin, waarvan je weet dat er een hele wereld achter schuilgaat. Zo’n keurig en voorzichtig geformuleerde zin in een rapport, of een academisch conclusie waarvan je weet dat de schrijver een tijdje heeft moeten zoeken voordat hij het zo netjes kon formuleren. Makelaars zijn er erg bedreven in. Die kunnen bouwvallen omtoveren tot ‘ideale huizen voor de doe-het-zelver’.

In de Militaire Spectator nr. 6 van 2012 kom ik ook zo’n zinnetje tegen op pagina 281. Overste Berghuizen schrijft over de samenwerking binnen de European Air Transport Command dat gestationeerd is op Vliegbasis Eindhoven. Hier hebben Nederland, België, Frankrijk en Duitsland belangrijke delen van hun militaire lucht- en tankervloot onder gezamenlijk commando gebracht. Hij schrijft:

De beheersing van Engels is nog geen vanzelfsprekendheid.

Goh, en ik dacht op basis van mijn ervaringen* op het NAVO hoofdkwartier in Kabul dat dat voornamelijk een Zuid- en Oost-Europees probleem was. Wat kun je je toch vergissen!

 

*Zie bijvoorbeeld het computerprobleem van de Griekse cargo man op blz 25-26 van Officier in Afghanistan.

Tijdens een lezing vroeg iemand waarom ik de hoofdpersoon uit het hoofdstuk De Engelse kolonel zijn cruciale dialoog (“We are British. We do not say no.”) in het Engels liet zeggen. Dat had toch ook in het Nederlands gekund?

Zeker, maar laat dit nou de enige dialoogzin uit het hele boek zijn waarvan ik 99% zeker ben dat ‘ie werkelijk zo is uitgesproken. Toen ik ‘m hoorde vond ik ‘m zo typisch Engels, dat ik me niet kan voorstellen om ‘m aan de lezers in het Nederlands voor te schotelen.

Het had uiteraard wel gekund: “Wij zijn Britten. Wij zeggen nooit nee.” Maar ik mis dan toch iets, een zeker je ne c’est quoi.

Wat vindt u van de hoeveelheid Engels in Officier in Afghanistan?

View Results

Loading ... Loading ...

 

Colonel BlimpWhen I just started studying English, my first translations came back entirely red. It wasn’t so much that I didn’t convey the meaning of the original, or made many mistakes, the problem was that I diverted too much from the source text. I would interpret what the writer meant, and then find a nice way to say it in Dutch or English. I quickly learned that this, obviously, was not the right way to translate. Translators stay as close to the source text as possible, even if there are much nicer ways of putting something in the target language, that basically convey the same meaning.

Interpreting

With much gnashing of teeth, I incorporated these lessons into my translations to the extent that nowadays, when I don’t literally follow a source text, I get a guilty, nagging feeling about it. A guilty feeling that sometimes even plays up when I’m interpreting simultaneously; a process so complicated that not missing any sentence is already a feat, let alone trying to interpret almost literally.

Most satisfying translation

Therefore, translating some parts of my own book Officier in Afghanistan has been the most satisfying translation experience I have ever had. I don’t have to worry about what the source text literally says, because I know exactly what the writer wanted to convey. And if I find a way of expressing something in English that is much more nuanced and beautiful than the Dutch original, I can simply do it.

I don’t have to translate the Dutch chapter title ‘De Engelse kolonel’ with a boring ‘The English Colonel’, for example. Instead, I have chosen the name of a British cultural icon, not known by the Dutch, whose behavior is remarkably similar to my real English boss: cartoon character Colonel Blimp.

No gnashing of teeth, no guilty feeling: I find translating my own text the most liberating experience I have ever had as a translator.

 

Interested in reading the results? I have translated a short scene with some typical British humor from the chapter Mad Dogs and Englishmen and the chapter about my English boss: Colonel Blimp.

Bestel een gesigneerd exemplaar

Archief

Categorieën