Officier in Afghanistan

In de hal van de FacultCertificaat dat garandeert dat vlag in Kabul heeft gewapperdeit Militaire Wetenschappen hangt sinds kort een heel vieze Nederlandse vlag. Meegenomen door een collega die net terug is van een uitzending in Kabul, Afghanistan. “Hij is wel gewassen”, zegt hij. Ik begrijp dat de Kabulse lucht nog net zo vies zwart is als toen ik er in 2006 was. De opening van Officier in Afghanistan begint niet voor niets met een schoonmaakscène*.

Certificaat

Vol trots hangt er een certificaat bij, met de handtekening van een Amerikaanse generaal erop.

Het certificaat garandeert dat de vlag ‘was flown in the face of the enemy over the NATO compound’. En niet zomaar, maar ter ere van de Faculty of Military Science. Ons dus.

Ondervragen

In een van de boeken in mijn proefschriftonderzoek komen dit soort vlaggen ook voor. In Vragenvuur (oorspronkelijke Engelse titel: The Interrogators) van de Amerikaanse ondervrager Chris Mackey worden in de ondervragingsruimte aan de muren Amerikaanse vlaggen opgehangen, waar de gevangenen constant door omringd worden. Deze vlaggen worden later in de kampwinkel te koop aangeboden met een soortgelijk certificaat. Het is niet zomaar een Amerikaanse vlag, maar een die langdurig in het aangezicht van een overwonnen tegenstander heeft gehangen. Ik moet eerlijk zeggen dat me dat toen ik het las een onbehagelijk gevoel gaf. Ik vond het van weinig respect naar de tegenstander toe getuigen. En nu hangt er iets soortgelijks bij mij in de gang.

Als ik over dat onbehagen met de vlagophanger praat, moet hij lachen: “Ach, het is leuke gespreksstof, nietwaar?”

Ik ben wel benieuwd naar wat u hiervan vindt. Voelt u zich hier ook ongemakkelijk bij, of vindt u zo’n lekker puh vlag juist een goed idee?

Zo'n lekker puh vlag vind ik...

View Results

Loading ... Loading ...

Nederlandse vlag die in Kabul heeft gewapperd* Dit is die openingsscène van Officier in Afghanistan:

Met een schoonmaakdoekje in mijn ene hand en een flacon met blauw ontsmettingsmiddel in de andere sta ik op mijn eerste dag in Afghanistan een bureau te poetsen. Dit was niet helemaal wat ik me had voorgesteld toen ik een half jaar geleden een telefoontje van het Operatie Centrum van de Luchtmacht kreeg met de vraag of ik zin had in een uitzending als hoofd bureau Lucht- en grondtransportplanning voor de NAVO in Afghanistan. Het beeld dat bij mij opkwam, was van een vluchtplanningskamer met grote televisieschermen, overal klokken met de tijden van vliegvelden over de hele wereld en rode tickertape waar de meest recente vluchtgegevens voorbijkwamen. Ik zag mezelf al in een stoer desertuniform met een kogelwerend vest eroverheen en een Lara Croft-holster om mijn rechterbeen.
Schoonmaakdoekjes en ontsmettingsmiddel kwamen in mijn fantasie niet voor.

Toen ik het boekvoorstel schreef voor Officier in Afghanistan, was een van de doelgroepen “vrouwen die het leuk vinden om te lezen over andere vrouwen die interessante beroepen uitoefenen”. Ook de pr-afdeling van Meulenhoff verwachtte wel interesse van vrouwenmedia, in elk geval van Opzij, maar ook wel van de ‘normale’ vrouwenbladen als Viva, Marie-Claire en Vrouw. Maar onze verwachtingen bleken niet uit te komen. Zoals deIn de Media pagina laat zien, waren het de algemene media die geinteresseerd waren en de defensie-pers, maar niet de vrouwenmedia.

Dat is sinds deze week echter veranderd, want Talk to Aletta, de site van Atria, het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis, heeft een boekrecensie geschreven over Officier in Afghanistan. Uiteraard aandacht voor de vrouwelijke kant van het boek, maar ook voor waarom Officier in Afghanistan ook leuk is voor niet-defensie mensen:

[…] wat het betekent om vrouw in een mannenwereld te zijn bovendien ook nog eens uitgezonden naar een uiterst vrouwonvriendelijk land.
Haar boek biedt het een inkijkje in een wereld die voor burgers voor een groot deel vreemd is en zal blijven. Tegelijkertijd doet dit boek de lezer beseffen dat de militaire wereld uiteindelijk niet zo veel verschilt van de burgermaatschappij. Deze tegenstelling maakt het boek van Overste Kleinreesink interessant voor de leek.

Ben benieuw of dit het begin is van een nieuwe trend.

De hele recensie van Talk to Aletta is hier te lezen.

Na  bubobooks.com heeft nu ook mijn eigen uitgever de smaak te pakken en stelt drie gesigneerde exemplaren beschikbaar voor iedereen die het goede antwoord weet op de volgende vraag:

 

a) Het Rode Kruis

b) Artsen zonder Grenzen

c) De NAVO

Je kunt het goede antwoord insturen via de site van Meulenhoff. Succes!

Auteur Officier in Afghanistan (Esmeralda Kleinreesink) houdt dodenherdenkingsspeechDit is de tekst van de speech die ik op 4 mei 2013 heb uitgesproken tijdens de dodenherdenking in de Grote Kerk in Naarden.

Goedenavond, burgemeester, veteranen, genodigden, kinderen en alle andere mensen die vanavond de doden willen herdenken,

Dit jaar is het thema van de dodenherdenking ‘Vrijheid spreek je af’. Zoals u kunt zien {ik draag een uniform} ben ik militair. Het is mijn vak om, als er afspraken over vrijheid zijn gemaakt, die vrijheid te bewaken, waar ook ter wereld, van Nederland tot Afghanistan.

Na de Tweede Wereldoorlog hebben wij afspraken over onze vrijheid gemaakt. Zo hebben we  met een heleboel landen afgesproken dat als zij worden aangevallen, wij zullen helpen, alsof wij zelf aangevallen waren en dat doen ze omgekeerd ook voor ons. De tegenwoordig heel grote club van landen die dat hebben afgesproken heet de NAVO, wat staat voor Noord Atlantische Verdragsorganisatie.

En op 11 september 2001 werd een van die landen uit de NAVO aangevallen: Amerika. En Amerika vroeg ons dus om te helpen. Amerika was aangevallen vanuit Afghanistan, waar op dat moment de Taliban zat. Voor 2001 om was, werd de Taliban verdreven uit Afghanistan.

Er werd direct  met het Afghaanse verzet afgesproken dat de internationale gemeenschap hen zou helpen een vrij en veilig Afghanistan opnieuw op te bouwen. De NAVO zou een nieuw leger en een nieuwe politiemacht opleiden en tot die er waren zelf voor de veiligheid zorgen. Dat was het begin van de Afghaanse vrijheid die werd afgesproken.

Want vrij zijn doe je nooit alleen, altijd samen. Vrijheid spreek je af. Diezelfde NAVO die onze vrijheid helpt bewaken, helpt nu ook de Afghanen om hun vrijheidsafspraken na te komen.

In 2006 ben ik namens Nederland en de NAVO naar Afghanistan geweest. Om daar te doen waarvoor ik beroepsmilitair ben geworden: maatschappelijk relevant werk voor mensen die ik vrede en veiligheid gun. Daarover heb ik een boek geschreven: Officier in Afghanistan. Ik wil u graag een stukje voorlezen uit Officier in Afghanistan om u te laten ervaren hoe het voelt als veiligheid en daarmee praktische vrijheid ontbreekt.

 

Voor we op weg gaan wijst de sergeant op twee foto’s: één van een witte Toyota pick-up en één van een gele taxi. De nummerplaten zijn weggefotoshopt, maar onder beide foto’s staan delen van een kenteken.

             ‘Deze twee auto’s rijden in de stad rond en willen mogelijk zelfmoordaanslagen plegen. Wees voorzichtig en kijk naar ze uit,’ zegt de sergeant.

Ik grijns. Alle Afghaanse auto’s die in Kabul rondrijden zijn geel. Een overblijfsel uit de tijd dat de Taliban alle auto’s had verboden, behalve de traditioneel gele taxi’s. En alle hulporganisaties rijden rond in witte four-wheel-drives of Toyota pick-ups, dus daar barst het ook van.

Als we gaan rijden is ‘t druk in Kabul. De gele auto’s van de inwoners van Kabul banen zich een weg tussen de handkarren en de witte, geblindeerde pick-ups van buitenlandse hulporganisaties slingeren om de militaire voertuigen heen. Onze chauffeur neuriet zachtjes voor zich uit achter het stuur.

Dan staan we plotseling stil. Voor en achter ons een witte Toyota pick-up en twee gele Kabulse taxi’s aan weerszijden. We kunnen geen kant op. De chauffeur stopt met neuriën. Ik kijk hoe diep de auto´s liggen om te zien of er een onzichtbare, maar zware lading in de auto’s zit. Autobommen worden vaak gemaakt van oude, zware, niet ontplofte bommen en granaten. Een van de taxi’s ligt diep. Het is een sedan, dus ik kan niet zien wat er in de kofferbak ligt.

            ‘Heeft iemand de kentekens opgeschreven van de verdachte auto’s?’ vraag ik.

Twee hoofden schudden zwijgend nee.

Mijn NAVO collega Pepe, die naast me zit, haalt heel langzaam zijn wapen uit zijn holster en legt het tegen zijn rechterbeen aan, met de loop half naar beneden gericht, zijn rechterwijsvinger gestrekt langs de trekker.

Ik maak met mijn rechterhand de drukknoop los die mijn wapen vasthoudt en leg daarna mijn hand op het wapen, terwijl het nog in zijn holster zit.

Het is doodstil in de auto. We horen het geluid van de straat gedempt de auto in komen. Een geit blaat op schelle toon, waarna hij snuffelt aan het karkas van een gevild dier dat buiten de slagerij aan een haak hangt. Twee jongetjes, die eigenlijk op school horen te zitten, rennen lachend achter elkaar aan.

Dat is een goed teken, denk ik. Als er een aanslag is, wordt de lokale bevolking vooraf gewaarschuwd en houden ze hun kinderen binnen. Dat deden ze bij de recente aanslag op een markt juist niet, zegt een ander stemmetje in mijn hoofd. Moet je je wapen niet doorladen? zegt het eerste stemmetje weer. Nee, dat veroorzaakt alleen maar onnodige onrust in de auto. Ik ben hier de hoogste in rang en ik moet rust en kalmte uitstralen.

Mijn hart heeft dat nog niet door, want hij slaat in hoog tempo en de hand die op mijn wapen ligt is vochtig.

Pepe’s hand met zijn zware pistool erin trilt.

 

Kunt u zich voorstellen dat u dit overkomt in Nederland? Dat naar de markt of een winkel gaan letterlijk levensgevaarlijk is, dat er kinderen zijn die niet naar school gaan, maar ook dat u niet zelf kunt kiezen of u een auto heeft en in welke kleur? Als u zelf nog nooit in een conflictgebied bent geweest, denk ik dat het moeilijk voor te stellen is, zeker niet in Nederland. Want voor ons is veiligheid en vrijheid een vanzelfsprekendheid, in Afghanistan in 2006 was het dat nog niet.

Maar samenwerking helpt. Toen Nederland tussen 2006 en 2010 in de provincie Uruzgan voor vrede en veiligheid zorgde, kwamen er 1.300 Afghaanse politieagenten en 3.200 Afghaanse militairen in Uruzgan, een hele verbetering vergeleken met de ongeveer 600 medewerkers van zogenaamde ‘ordediensten’ van daarvoor. In 2010 was het aantal scholen al verdubbeld en werd er aan 54.000 kinderen, waaronder ruim 4.500 meisjes les gegeven. Oh, en Afghanen hadden zodra de Taliban weg was met elkaar afgesproken dat je een auto mag hebben en ‘m in elke willekeurige kleur mag schilderen.

En niet alleen voor de Afghanen, maar ook voor onszelf levert samenwerking wat op, want sinds de Tweede Wereldoorlog hebben de NAVO landen onderling niet meer gevochten. We verdedigen onze eigen vrijheid door samenwerking en gezamenlijke doelen in plaats van elkaar onderling te bestrijden en als bonus verdedigen we tegelijkertijd de vrijheid van de Afghanen.

Maar vrijheid levert niet alleen wat op, het is ook kostbaar. Niet alleen in geld, maar ook in mensenlevens. Vijfentwintig van mijn Nederlandse collega’s zijn dood gegaan in Afghanistan, en nog veel meer zijn voor het leven gewond geraakt, bijvoorbeeld omdat ze hun benen zijn verloren in een aanslag met een bermbom.

Als we zo meteen twee minuten stil zijn, dan ga ik aan hen denken. Bijvoorbeeld aan de zoon van een directe collega van mij die door een bermbom om het leven is gekomen en zijn chauffeur.

Aan wie gaat u denken? Welke vrijheidstrijder die ervoor zorgde dat de vrijheid die is afgesproken ook wordt nageleefd gaat u herdenken? Uw opa die in de Tweede Wereldoorlog is omgekomen? Een oorlogsverslaggeefster die haar werk met de dood heeft moeten bekopen? Of een hulpverlener die zijn leven heeft gegeven in een oorlogsgebied?

Aan wie u ook denkt, ik wil u vragen om niet alleen verdriet te voelen bij zijn of haar dood, maar ook dankbaar te zijn. Dankbaar dat in ons land onze afgesproken vrijheid wordt nageleefd. Dat wij veilig over straat kunnen, dat in Nederland winkelen een hobby kan zijn en dat iedereen niet alleen naar school kan, maar zelfs moet.

Want vergeet nooit:

  • Vrijheid is het waard om voor te vechten
  • En vrijheid is nooit vanzelfsprekend

 

“Heb je Officier in Afghanistan geschreven als therapie?” was de winnende vraag uit de Bubobook.com wedstrijd voor de interessantste interviewvraag. Hij kwam van Coenraad uit Den Haag, die daarmee een gesigneerd exemplaar van Officier in Afghanistan won.

Veel mensen die ik spreek, veronderstellen dat militairen hun memoires schrijven om hun ervaringen op die manier te kunnen verwerken. Uit mijn proefschriftonderzoek blijkt dat militaire schrijvers ‘therapie’ echter zelden als reden om te schrijven noemen, slechts in 15% van de gevallen. De twee hoofdredenen om een boek te schrijven die meer dan de helft van de schrijvende militairen noemen zijn:

1) een verandering tot stand willen brengen

2) erkenning willen.

Ik heb Officier in Afghanistan geschreven omdat ik aangemoedigd ben door anderen, een schrijfmotief dat ik deel met 20% van de militaire schrijvers; in mijn geval ben ik gevraagd door uitgever Meulenhoff . Ik heb Officier in Afghanistan ook geschreven  omdat ik mensen wat bij wil brengen (57%), om lezers te entertainen (7%) en omdat het schrijven van een boek op mijn lijstje met dingen-om-te-doen-voor-je-dood-gaat stond(0%).

Wat zijn jouw schrijfmotieven?

Lees het volledige bubobooks.com interview op facebook.

LET OP: In mei is Officier in Afghanistan Boek-van-de-maand op buboboeks.com en daarom spotgoedkoop te downloaden voor maar 5,99 euro. Mooi op tijd voor de vakantie e-reader!

Bestel een gesigneerd exemplaar

Archief

Categorieën