Militaire boeken

 

“Waar ben je eigenlijk doctor in geworden?” vraagt iemand op de borrel.

Ik heb geen idee. Ik ben een bedrijfskundige, maar promoveer aan de Erasmus School of History, Culture and Communication, bij een socioloog en een historicus op een interdisciplinair onderwerp dat literatuurwetenschappen, sociologie, psychologie, geschiedenis en militaire wetenschappen combineert.

Vanochtend pak ik nieuwsgierig de bul erbij, benieuwd naar het antwoord. Het is een prachtige bul, met het logo van de Erasmus Universiteit in reliëf, deels met de hand gekalligrafeerd en met een vuistgroot, rood zegel eronder. Om het af te maken is het opgesteld in de lingua franca van de wetenschap van een paar eeuwen geleden: Latijn. Indrukwekkend, maar niet bijster behulpzaam.

Voor zover mijn twee jaar Latijn reikt, denk ik dat het antwoord in de zinsnedes ‘in disciplinis ingenuis disquisitionem’ en de ‘ut bonarum artium studiosi peractis studiis’ zit. Maar geen idee wat dan.

Met lichte tegenzin maak ik voor het eerst van mijn leven gebruik van de vijand van de professionele vertaler: Google Translate. Tot mijn grote opluchting komt Google Translate niet veel verder dan ‘vrije kunsten van voltooide studies’ en ‘liberale nominaties’. Voorlopig hebben wij menselijke vertalers nog genoeg te doen.

Maar wat ik nou ben? Doctor in de liberal arts? Wie het weet mag het zeggen. Maar zoals een collega doctor op de borrel zei: “Ik heb eigenlijk geen idee waar ik doctor in ben. Boeien.”

Mijn proefschrift On Military Memoirs lezen? Dat kan hier.

Het lekenpraatje beluisteren (14:50)? Dat kan hier.

I get often asked: will you be writing a new book?  The answer is: yes, I’ve been working on it for the last four years. But it will be a different book than Officier in Afghanistan. Instead of a military autobiography, it will be a book ABOUT military autobiographies: my PhD research.

It is now almost ready. At the moment, the inner doctoral committee (‘de leescommissie’) is reading the manuscript and when they are happy with it, the accompanying promotion ceremony will be held at the Erasmus University Rotterdam on the symbolic date of September 11 at 13:30 hours .

To give you some idea of the exciting results of this research, I would like to share the fifteen most remarkable statistical results. They come from the study of all military Afghanistan memoirs that were published between 2001 and 2010 in five different countries: the US, the UK, Canada, Germany and the Netherlands. They answer the three main research questions: who are these soldier-authors, what do they write about and why do they write?

 Who

  • On average it takes military authors of immediate memoirs two years before they publish a book after having been deployed, irrespective of whether they publish with a self-publisher or a traditional publisher.
  • In a warrior nation a book is 12 times more likely to be written by a combat soldier than in a non-warrior nation.
  • Independent of country, combat soldiers are nine times more likely to get published by a traditional publisher than their combat support colleagues.
  • Even though the individually deployed soldier is more likely to be a writer than the soldier who is deployed with his own unit, traditional publishers are five times more interested in publishing the stories from people who went with their own unit than from the individually deployed ones.
  • The same goes for professional soldiers, they are almost eight times more likely to get published by a traditional publisher than a reservist

What

  • Revelatory plots (growth and disenchantment plots together) make up the majority (69%) of Afghanistan memoirs.
  • Working soldiers are nine times more likely to write positive plots than former soldiers.
  • A combat soldier-author is almost four times more likely to write a negative plot than a combat support soldier.
  • Soldier-authors with a traditional publisher are four times more likely to add a truth claim to their books than self-publishers.
  • A large part of all soldier-authors (59%) make some kind of disclaimer as to the content of their book; almost always (in 97% of the cases) about some form of self-censorship for operational security reasons, rarely (12%) for literary reasons.

Why

  • 78% of all soldier-authors feel the need to explicitly explain why they wrote and published their book.
  • A positive plot is five times more likely not to have an explanatory motivation text than a negative plot.
  • Authors of negative plots are five times more likely to voice a desire for change than authors of positive plots.
  • Soldier-authors who write that they themselves have experienced some kind of mental adaptation problem (such as PTSD symptoms or prolonged alienation) are eighteen  times more likely to admit to writing as a form of therapy than people who do not write about these problems.
  • Of all soldier-authors who give self-help motives, 79% is individually deployed, and individually deployed soldiers are almost six times more likely to give self-help motives than soldiers who have been deployed with their own unit. 
Read the entire thesis here.
Listen to and look at the public defense ceremony (15 minutes, in Dutch)

Voor iedereen die gek is op militaire boeken en meer wil weten over de schrijvers achter die boeken organiseert het Veteraneninstituut twee ontzettend leuke dagen op 26 en 27 september.

Marlantes: Matterhorn

De eerste dag (donderdagmiddag van 12:30-18:00 uur) hebben ze o.a. bestseller auteur Karl Marlantes van Matterhorn uitgenodigd en Patrick Bury (van Callsign Hades).  Ook worden er een aantal inleidingen gehouden over schrijvende veteranen.  Zo zal majoor Jos Groen (de samensteller van o.a. Task Force Uruzgan 2006-2010) de algemene inleiding verzorgen en zal ik in een half uurtje de belangrijkste resultaten van mijn proefschriftonderzoek presenteren: welke militairen kiezen ervoor om hun ervaringen op papier te zetten, waarom zeggen ze dat ze dat doen en waarover schrijven ze dan?

Prof. Woodward

Wat ik erg leuk vindt is dat de dag aan elkaar gepraat wordt door professor Rachel Woodward van de universiteit van Newcastle. Waar ik alle (internationale) autobiografieën over de missie in Afghanistan onderzoek (54 stuks), doet zij, samen met Neil Jenkings, alle Britse militaire memoires sinds 1980 (150+).  Afgelopen mei ben ik bij beiden op bezoek geweest en dat was een erg inspirerende week.  Het was heerlijk om eens met andere wetenschappelijke specialisten in de diepte te kunnen gaan. Met haar als dagvoorzitter gaat het ongetwijfeld inhoudelijk ergens over, maar wordt er zeker ook gelachen.

Veteranenboeken Top 10

De tweede dag (vrijdag 27 september, van 10:00-17:30 uur) is een Nederlandstalige dag met allerlei workshops, lezingen, een boekenmarkt en de bekendmaking van de Veteranenboeken Top 10. Niet alleen leuk voor fans van militaire boeken, maar ook voor (ex)militairen die zelf (willen) schrijven.

En voor de echte Nederlanders onder ons: beide dagen zijn gratis.  Aanmelden voor een van beide dagen (of allebei) kan nog tot 17 september via info@veteraneninstituut.nl of 0343-474150.

In de uitnodigingen voor de Engelstalige dag en voor de Nederlandse dag is het hele programma voor die dag te vinden.

Kom je ook?

Amsterdam, 24 november 2009

Een blonde vrouw met een getoupeerd kapsel wijst met haar priemende vinger naar mij. “U gaat met mij mee,” zegt ze op een toon die geen tegenspraak duldt. Ze draait zich om en loopt met klakkende hakken door de gang, er zeker van dat ze  zal worden gevolgd.

Met een gezicht vol met make-up en mijn haar in een vers opgemaakte paardenstaart, sta ik tien minuten later in de fouilleerhouding. Een mij onbekende jongeman met duct tape in zijn mond zit met zijn handen in mijn uniformjasje.

Een vrouw met een clipboard reikt mij een groen vel papier aan met daarop in grote letters een stukje tekst. “Dit ga je direct voorlezen.”

Vreemd. Ik had veel associaties van hoe televisie werkt. Maar dat het wat weg zou hebben van een gijzeling…

Meer Officier in Afghanistan video’s zijn te vinden op het Officier in Afghanistan YouTube kanaal.

“Oorlogsverslaggever Arnold Karkens maakt gehakt van Officier in Afghanistan,” zegt Wereld in Oorlog in haar vier-sterren recensie van Officier in Afghanistan. Om te vervolgen: “Zijn kritiek kwam overigens zonder dat hij het boek ook maar had gelezen. Dat is nogal kortzichtig, want verwijten dat de schrijfster partijdig zou zijn, blijken geheel onterecht.”

In eerste instantie dacht ik tijdens de Twitter conversatie waar Wereld in Oorlog aan refereert nog dat Karskens wellicht geïrriteerd was over de beschrijving* van een niet nader genoemde onafhankelijke journalist in mijn boek. Maar dat leek het niet te zijn, het zit dieper. Karskens gaat ervan uit dat een boek van een militair een “propaganda brochure” (06:00 AM – 02 Jul 12) is. Hij wil Officier in Afghanistan dan ook niet lezen: “ik lees liever de echte waarheid” (05:13 AM – 03 Jul 12).

Een interessante stellingname: dat boeken die door militairen zijn geschreven per definitie niet de waarheid beschrijven. Zouden militaire schrijvers dat ook vinden? Dat is een vraag waar ik met mijn proefschriftonderzoek direct antwoord op kan geven. Internationaal gezien geeft 60% van de militaire auteurs in hun voorwoord aan te vinden dat ze de waarheid vertellen. Voor sommigen is dat ‘de’ waarheid (in de bovenstaande grafiek aangeduid met ‘objectief’), anderen vinden dat ze ‘hun’ waarheid vertellen (‘subjectief’ in de grafiek).

Anthony Shaffer, de schrijver van Operation Dark Heart schrijft bijvoorbeeld:

This book is based on my recollections […].  I also drew on a journal that I kept at the time. While memory is never 100 percent accurate, I’ve done my best, with the help of others, to tell the story truthfully. (blz xi)

Conclusie: Militaire auteurs vinden het belangrijk om te laten weten dat zij vinden dat ze de waarheid beschrijven, zelfs als sommige journalisten dat a priori afwijzen.

 

*Het stukje over de niet nader genoemde onafhankelijke journalist:

Ik word uit deze netelige situatie gered door een kleine man met een baard van twee dagen, die een glimlach om zijn mond heeft, maar wiens ogen niet meelachen.

‘Klopt het dat u het hoofd luchttransportplanning van de navo bent?’ vraagt hij.

‘Correct,’ zeg ik.

Hij stelt zich voor, zowel aan mij als aan de ambassadeur en concentreert zich dan direct weer op mij.

‘Ik ben als onafhankelijk journalist hier in het gebied en ik zou graag naar Tarin Kowt, de toekomstige Nederlandse basis in Uruzgan gaan. Kunt u mij misschien op een vlucht plaatsen?’

Ik moet op mijn tong bijten om de vraag binnen te houden of zijn onafhankelijkheid niet geschaad wordt door gebruik te maken van de transportdiensten van militairen. Geïnspireerd door de diplomatieke omgeving en mijn eerdere fuck-up doe ik dat niet en ik ben trots op mezelf. Diplomaat is tenslotte een van de vele rollen die een hedendaagse militair feilloos moet kunnen vervullen, naast die van ontwikkelingswerker, bestuurder-manager en militair uiteraard. De 3D-aanpak wordt dat genoemd, ook wel bekend als de ‘Dutch Approach’: Defense, Diplomacy, Development.

‘Helaas, de navo voert op dit moment nog geen vluchten op stage four locaties als Uruzgan uit, maar wellicht vliegt Nederland al wel op Uruzgan.’ Ik wijs naar een van de officieren met wie ik ben aangekomen. ‘De Nederlandse chef staf, die dame daar, kan u daar meer over vertellen.’

Als een zoef-de-haas is hij onmiddellijk weer weg. Zelfs een dankjewel kan er niet van af.

(Officier in Afghanistan, blz 168-169)

 

Bestel een gesigneerd exemplaar

Archief

Categorieën