Koning Willem-Alexander hield 25 december zijn jaarlijkse kersttoespraak. Wat kun jij van zijn speechtechniek leren? Tien tips.

Wat ging goed?

  1. Hij begint in media res. ‘In media res’ is Latijn voor ‘in het midden’. Het is een schrijftechniek waarbij je midden in het plot begint. Geen saaie introductie, maar je valt direct in het verhaal. Dat doet de koning ook. Hij begint meteen te vertellen over vier mensen die hij (kennelijk, zie punt 9) heeft gesproken over wat de coronacrisis met hen doet. Dat is een geweldige opening, omdat we gelijk meegezogen worden in het verhaal.

  2. Hij vertelt mini-verhalen waar alleen de essentie van behouden is. Letterlijk geen woord teveel. Zoals het vierde voorbeeld (zie ook punt 8) dat hij aan het begin geeft: “Die productieleider uit het Shakespearetheater uit Diever die me vertelde over dat lege gevoel: ‘Dan zit je thuis en dan denk je: vanavond zouden we Midzomernachtdroom gespeeld hebben’.” Hij vertelt een compleet drama in slechts 28 woorden.

  3. Hij combineert het einde met het begin. Dit Shakespeare-voorbeeld uit het begin komt op het eind weer terug als afsluiting: “Midzomernachtdroom zal weer gespeeld worden”.

  4. Hij staat voor de camera. Staan voor een camera maakt dat je makkelijker je hele lijf gebruikt bij het praten waardoor je oprechter en minder formeel en stijf overkomt dan wanneer je zit.

  5. Hij benadrukt zijn woorden ritmisch met zijn handen. Als je in de cadans waarin je spreekt ook je handen beweegt dan geeft dat een gevoel van intentie aan. En niet alleen dat: Doe je het niet exact op je eigen spreekritme, dan associëren wij dat -onbewust- met niet de waarheid spreken.

  6. Hij houdt zijn handen open en in de truth plane. Als je je handen in elkaar vouwt in een ‘bidhouding’ dan creëer je letterlijk een barrière, houd je mensen op afstand.  Wat doe je dan wel met je handen? Dat wat de koning hier doet: van elkaar af, palm licht naar boven en op navelhoogte. Wat lichaamstaalexpert Mark Bowden de ‘truth plane’ noemt. Dat straalt eerlijkheid en competentie uit. 

    Wat kon beter?

  7. Hij kan meer functionele gebaren maken. Hoewel hij zijn handen in een goede uitgangspositie houdt en gebruikt om zijn woorden ritmisch te ondersteunen, gebruikt hij ze nauwelijks om zijn woorden ook functioneel te ondersteunen. De enige keer dat hij dat doet, is als hij het heeft over stellingnemen: hij maakt een ik-jij gebaar bij de woorden “voor-tegen/vriend-vijand/wij-zij”. Als je meer gebruik maakt van functionele gebaren, kom je niet alleen minder stijf over, maar je helpt je publiek ook, want je geeft ze een extra, visuele, laag aan informatie mee.

  8. Hij geeft teveel voorbeelden. Hij begint niet alleen zijn speech met vier voorbeelden. Hij eindigt ook met een toekomstvisie in vieren: “De zon keert terug. Het licht komt terug. Midzomernachtdroom zal weer gespeeld worden. We zullen elkaar weer ontmoeten en omhelzen.”  Vier is veel om te onthouden. Het is overweldigend en kan daarom de luisteraar laten afhaken. Hoe voorkom je dat? Door het gebruik van een drieslag. Drie kunnen we onthouden, geeft een indruk van alomvattendheid, maar zonder dat het ons doet afhaken.   

  9. Hij maakt aan het begin de context niet duidelijk. De toespraak begint fantastisch in media res, met prachtige menselijke voorbeelden, zelfs al zijn het er veel. Mijn probleem was dat ik de openingsvoorbeelden niet kon plaatsen. Had ik die mensen moeten kennen? Misschien van tv? Die verpleegster uit Zwolle, die arts in Hoensbroek, die studenten in Breda? Pas bij het vierde voorbeeld, de productieleider uit Diever, wordt het duidelijk dat het gaat om mensen die hij heeft gesproken. Laat je publiek zich niet dom voelen! Leg (heel kort) uit waar je over praat.

  10. Hij citeert niet duidelijk. De beste manier om als je staat aan te geven dat je iemand anders letterlijk citeert, is om jezelf (een klein stukje) te verplaatsten en iets schuin te gaan staan alsof je naar jezelf (op de vorige plek) kijkt. Eventueel nog voorafgegaan door “hij zei” en een (kleine) verandering van de hoogte of snelheid van je stem. Maar als je noch je toon, noch je houding verandert, zoals de koning deed toen hij de Shakespeareman citeerde, dan creëert dat verwarring. Dan weten we even niet meer of je het over jezelf hebt of over die ander. En verwarring betekent dat we niet meer aan je lippen hangen.

De hele kerstspeech van de koning is hier te zien: https://youtu.be/xccFteu5fnY

Ook benieuwd naar mijn analyse van de Torentjestoespraak van Rutte over corona? Die lees je hier: https://depitchcoach.nl/toespraak-premier-rutte-speech-analyse-in-10-punten-de-pitchcoach/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bestel een gesigneerd exemplaar
Archief
Categorieën