Task Force Uruzgan bij Pauw en Witteman“Heeft het veel moeite gekost om een uitgever te vinden voor je boek?” is de eerste vraag die veel mensen stellen als ze horen dat ik een boek heb geschreven. Het antwoord is “nee”, wat meestal verbazing wekt. De verbazing wordt groter als ik zeg dat ik nog geen letter op papier had op het moment dat ik het boekcontract tekende. En ik heb diverse monden letterlijk open zien vallen als ik uitlegde dat ik gevraagd ben om een boek te schrijven over mijn uitzendervaringen door Meulenhoff. Iedereen ‘weet’ toch dat je eerst een boek moet schrijven, daarmee bij heel veel uitgevers moet leuren, waarna hopelijk één ervan je een contract aanbiedt? Mis. Meulenhoff treft tussen alle ongevraagd toegezonden manuscripten maar één of twee manuscripten per jaar aan die de moeite van het publiceren waard zijn. De meeste auteurs worden gevraagd, of zoals dat in de uitgeverswereld heet ‘gescout’. “Hoe wordt je dan gescout?” is de onvermijdelijke vervolgvraag, die vaak wordt gesteld door een bedenkelijk kijkende vragensteller, die zelf halverwege een roman is, of een uitzenddagboek aan het bewerken is. De vraag hoe je gescout wordt kan ik niet beantwoorden, maar ik kan wel vertellen hoe ik ben gescout.

Gescout worden

Mijn verhaal begint als ik in de Defensiekrant een aankondiging zie waarin uitgezonden militairen worden opgeroepen om deel te nemen aan een Literair Trainingkamp. De bedoeling is “dat uit Afghanistan teruggekeerde militairen hun verhalen wereldkundig maken.” Ik ben net een jaar terug uit Afghanistan en heb wel zin om door Volkskrantredacteur Noël van Bemmel en schrijver Arnon Grunberg gecoacht te worden bij het schrijven van een kort verhaal over mijn uitzending. Uiteindelijk schrijf ik twee verhalen die beide geplaatst worden in het boek dat uit de Literaire Trainingskampen voortkomt: Task Force Uruzgan.

Op 24 november 2009 wordt Task Force Uruzgan feestelijk gepresenteerd. We gaan met alle twintig auteurs eten bij de Afghaan in Amsterdam en na afloop mogen we in het publiek zitten bij Pauw en Witteman, waar het boek aan het Nederlands publiek wordt gepresenteerd.  “En misschien wordt aan sommigen van jullie gevraagd om even een stukje voor te lezen uit het boek,” had de persofficier van Defensie erbij gezegd. Kennelijk ben ik een van die ‘sommigen’, want als we drie kwartier voor de live-uitzending de studio inlopen, word ik uit de groep gehaald om naar de make-up te gaan en sta ik een kwartier later in de fouilleringshouding, terwijl een serieus kijkende man met zijn hand in mijn uniformjasje zit om een microfoon aan te brengen.

Na afloop van de uitzending is er een borrel in de studio. Normaliter ga ik op een doordeweekse dag om 24:00 uur niet borrelen, maar nu moet ik de adrenaline van de uitzending laten zakken: ik heb niet alleen voorgelezen, maar ook een vraaggesprek van drie minuten gehad. Op die borrel sta ik heel gezellig te kletsen met een andere borrelaar. We praten over van alles, waaronder mijn schrijfachtergrond. Een week na de borrel belt hij op. “Ik heb eens zitten te denken,” zegt hij, “volgens mij heb jij genoeg stof om een heel boek over te schrijven. Zullen we daar eens over praten?” De gezellige borrelaar bleek de hoofdredacteur non-fictie van Meulenhoff te zijn.

Kortom, mijn advies om gescout te worden: schrijf, publiceer en mocht je toevallig bij Pauw en Witteman zijn, vergeet dan niet om te gaan borrelen.

Uitzending Pauw en Witteman

Bestel een gesigneerd exemplaar
Archief
Categorieën