Altijd leuk als de minister van Defensie speecht over een directe collega. Zeker als ze daarbij ook nog een interessant wetenschappelijk fenomeen aanroert. In dit geval het female combat taboo: het fenomeen dat mannelijke militairen het eigenlijk maar vervelend vinden als vrouwelijke militairen ook heldhaftige dingen doen, omdat dat niet helemaal past in in hun mannelijke zelfbeeld.

Hierbij het verhaal achter het gevechtsinsigne van majoor Mirjam Grandia uit de speech van de minister van Defensie die zij gaf tijdens de bijeenkomst van het vrouwennetwerk Femmes Leaders Nederland op 22 januari 2013.

Onze vrouwelijke militairen hebben tevens laten zien dat zij zich in gevechtssituaties uitstekende staande houden. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het verhaal van majoor Mirjam Grandia. In 2006 werd zij gestationeerd in Afghanistan als planner. Maar het werk binnen de muren benauwde haar.

Ze liet het er niet bij zitten en bemachtigde op eigen initiatief een plekje in een Amerikaans ‘Provincial Reconstruction Team’. Een team dat actief was in Uruzgan, vlak na de grootschalige actie ‘Operation PERTH’. Operation PERTH was de grootschalige operatie tussen 9 en 19 juli waarbij de Taliban werden verdreven uit de Baluchi-vallei in de provincie Uruzgan. Vlak voor de start van de Nederlandse ‘Missie Uruzgan’. Deze operatie zorgde ervoor dat de omstandigheden waaronder de Task Force Uruzgan op 1 augustus 2006 zijn missie kon beginnen aanzienlijk werden verbeterd.

Niet lang na die operatie maakte majoor Grandia deel uit van een tweedaagse patrouille om in Chora informatie te verzamelen over mogelijk achtergebleven Talibanstrijders. Uitvalbasis van het team was ‘the white compound’ in Chora, later gebruikt door de Taskforce Uruzgan als permanente basis.

Samen met twee vrouwelijke Amerikaanse soldaten kreeg zij de opdracht om contact te leggen met de Afghaanse vrouwen. Dat zou voor het eerst zijn. Tot dat moment had het team überhaupt nog geen pogingen ondernomen om met de lokale vrouwen te praten. De Amerikaanse commandant van het team vond het namelijk maar niks. Het beeld was dat er zo weinig mogelijk vrouwen aan patrouilles zouden moeten meedoen, te onveilig. En vrouwen in een gevechtseenheid? Dat zou alleen maar problemen geven…

De commandant moest zijn mening al snel herzien. Met succes wisten Grandia en haar collega’s waardevolle informatie te verzamelen. Bijvoorbeeld door bezoeken aan de plaatselijke gezondheidskliniek, waar de Afghaanse vrouwen zonder hun man naar toe gaan en vrijuit kunnen praten. Diverse achtergebleven Taliban-strijders konden worden opgepakt.

Op de terugweg door de vallei, richting de uitvalsbasis, ging het echter mis. Het Provincial Reconstruction Team werd bij het dorpje Shurg Murgab aangevallen door vijandelijke strijders en er volgde een hevig gevecht. Het PRT splitste zich op. Vier voertuigen gingen het gevecht aan in het dorp en vier voertuigen namen op een hoger gelegen gebied positie in om vuurdekking te bieden aan de militairen in het dorp.

Majoor Grandia was op dat moment de enige vrouwelijke militair in het dorp en kreeg de order om in één van de voertuigen te blijven zitten om het radioverkeer tijdens het vuurgevecht te monitoren,  terwijl haar mannelijke collega’s gevechtsposities innamen.

Toen de ‘gunner’ op het dak van het voertuig – waar Grandia zich op dat moment in bevond – niet meer in staat was om de anderen dekking te geven, besloot zij actie te ondernemen. Ze verplaatste het voertuig verder het dorp in. Hoewel ze tegen de orders in dit initiatief nam, was haar actie ontzettend welkom. De ‘gunner’ kon weer vuurdekking geven aan de mannen op de grond. Uiteindelijk na een drie uur durend gevecht besloot de missieteamcommandant om het gevecht af te breken. Het team wist zich succesvol terug te trekken. Slechts één van de soldaten raakte lichtgewond.

Ze eindigt haar speech met de woorden:

.. maak van je ambitieuze hart geen moordkuil. Durf risico’s te nemen. Dat is wat ik zelf heb ervaren, dat is wat ik binnen de krijgsmacht elke dag weer mag ervaren en dat is wat bijvoorbeeld majoor Grandia in Afghanistan heeft laten zien.

Ze heeft daarvoor een gevechtsinsigne gekregen.

Maar zelfs dat ging niet vanzelf. In eerste instantie ontkenden de (Amerikaanse) mannelijke collega’s haar waardevolle rol. Een bekend fenomeen. De wetenschap noemt dit het ‘female combat taboo’. Majoor Grandia liet zich er niet door ontmoedigen, zij heeft zich verder ontwikkeld en ingezet. Binnenkort promoveert zij op een studie naar de besluitvorming rondom de Nederlandse missies. En natuurlijk heeft zij volkomen terecht haar gevechtsinsigne ontvangen. Waarvoor hulde!

Kippenvel.

2 Responses to Female combat taboo

  • Merlijn van Hasselt says:

    Ik pikte in een verleden ook eens het weetje op dat in WW2 zich een interessant issue voordeed bij de pas in dienst getreden jongedames die de radar bedienden: die bleven namelijk zitten op het moment dat de bommen begonnen te vallen op hun positie. De mannelijke leidinggevenden waren dat niet gewend!

Bestel een gesigneerd exemplaar
Archief
Categorieën