Auteur Officier in Afghanistan (Esmeralda Kleinreesink) houdt dodenherdenkingsspeechDit is de tekst van de speech die ik op 4 mei 2013 heb uitgesproken tijdens de dodenherdenking in de Grote Kerk in Naarden.

Goedenavond, burgemeester, veteranen, genodigden, kinderen en alle andere mensen die vanavond de doden willen herdenken,

Dit jaar is het thema van de dodenherdenking ‘Vrijheid spreek je af’. Zoals u kunt zien {ik draag een uniform} ben ik militair. Het is mijn vak om, als er afspraken over vrijheid zijn gemaakt, die vrijheid te bewaken, waar ook ter wereld, van Nederland tot Afghanistan.

Na de Tweede Wereldoorlog hebben wij afspraken over onze vrijheid gemaakt. Zo hebben we  met een heleboel landen afgesproken dat als zij worden aangevallen, wij zullen helpen, alsof wij zelf aangevallen waren en dat doen ze omgekeerd ook voor ons. De tegenwoordig heel grote club van landen die dat hebben afgesproken heet de NAVO, wat staat voor Noord Atlantische Verdragsorganisatie.

En op 11 september 2001 werd een van die landen uit de NAVO aangevallen: Amerika. En Amerika vroeg ons dus om te helpen. Amerika was aangevallen vanuit Afghanistan, waar op dat moment de Taliban zat. Voor 2001 om was, werd de Taliban verdreven uit Afghanistan.

Er werd direct  met het Afghaanse verzet afgesproken dat de internationale gemeenschap hen zou helpen een vrij en veilig Afghanistan opnieuw op te bouwen. De NAVO zou een nieuw leger en een nieuwe politiemacht opleiden en tot die er waren zelf voor de veiligheid zorgen. Dat was het begin van de Afghaanse vrijheid die werd afgesproken.

Want vrij zijn doe je nooit alleen, altijd samen. Vrijheid spreek je af. Diezelfde NAVO die onze vrijheid helpt bewaken, helpt nu ook de Afghanen om hun vrijheidsafspraken na te komen.

In 2006 ben ik namens Nederland en de NAVO naar Afghanistan geweest. Om daar te doen waarvoor ik beroepsmilitair ben geworden: maatschappelijk relevant werk voor mensen die ik vrede en veiligheid gun. Daarover heb ik een boek geschreven: Officier in Afghanistan. Ik wil u graag een stukje voorlezen uit Officier in Afghanistan om u te laten ervaren hoe het voelt als veiligheid en daarmee praktische vrijheid ontbreekt.

 

Voor we op weg gaan wijst de sergeant op twee foto’s: één van een witte Toyota pick-up en één van een gele taxi. De nummerplaten zijn weggefotoshopt, maar onder beide foto’s staan delen van een kenteken.

             ‘Deze twee auto’s rijden in de stad rond en willen mogelijk zelfmoordaanslagen plegen. Wees voorzichtig en kijk naar ze uit,’ zegt de sergeant.

Ik grijns. Alle Afghaanse auto’s die in Kabul rondrijden zijn geel. Een overblijfsel uit de tijd dat de Taliban alle auto’s had verboden, behalve de traditioneel gele taxi’s. En alle hulporganisaties rijden rond in witte four-wheel-drives of Toyota pick-ups, dus daar barst het ook van.

Als we gaan rijden is ‘t druk in Kabul. De gele auto’s van de inwoners van Kabul banen zich een weg tussen de handkarren en de witte, geblindeerde pick-ups van buitenlandse hulporganisaties slingeren om de militaire voertuigen heen. Onze chauffeur neuriet zachtjes voor zich uit achter het stuur.

Dan staan we plotseling stil. Voor en achter ons een witte Toyota pick-up en twee gele Kabulse taxi’s aan weerszijden. We kunnen geen kant op. De chauffeur stopt met neuriën. Ik kijk hoe diep de auto´s liggen om te zien of er een onzichtbare, maar zware lading in de auto’s zit. Autobommen worden vaak gemaakt van oude, zware, niet ontplofte bommen en granaten. Een van de taxi’s ligt diep. Het is een sedan, dus ik kan niet zien wat er in de kofferbak ligt.

            ‘Heeft iemand de kentekens opgeschreven van de verdachte auto’s?’ vraag ik.

Twee hoofden schudden zwijgend nee.

Mijn NAVO collega Pepe, die naast me zit, haalt heel langzaam zijn wapen uit zijn holster en legt het tegen zijn rechterbeen aan, met de loop half naar beneden gericht, zijn rechterwijsvinger gestrekt langs de trekker.

Ik maak met mijn rechterhand de drukknoop los die mijn wapen vasthoudt en leg daarna mijn hand op het wapen, terwijl het nog in zijn holster zit.

Het is doodstil in de auto. We horen het geluid van de straat gedempt de auto in komen. Een geit blaat op schelle toon, waarna hij snuffelt aan het karkas van een gevild dier dat buiten de slagerij aan een haak hangt. Twee jongetjes, die eigenlijk op school horen te zitten, rennen lachend achter elkaar aan.

Dat is een goed teken, denk ik. Als er een aanslag is, wordt de lokale bevolking vooraf gewaarschuwd en houden ze hun kinderen binnen. Dat deden ze bij de recente aanslag op een markt juist niet, zegt een ander stemmetje in mijn hoofd. Moet je je wapen niet doorladen? zegt het eerste stemmetje weer. Nee, dat veroorzaakt alleen maar onnodige onrust in de auto. Ik ben hier de hoogste in rang en ik moet rust en kalmte uitstralen.

Mijn hart heeft dat nog niet door, want hij slaat in hoog tempo en de hand die op mijn wapen ligt is vochtig.

Pepe’s hand met zijn zware pistool erin trilt.

 

Kunt u zich voorstellen dat u dit overkomt in Nederland? Dat naar de markt of een winkel gaan letterlijk levensgevaarlijk is, dat er kinderen zijn die niet naar school gaan, maar ook dat u niet zelf kunt kiezen of u een auto heeft en in welke kleur? Als u zelf nog nooit in een conflictgebied bent geweest, denk ik dat het moeilijk voor te stellen is, zeker niet in Nederland. Want voor ons is veiligheid en vrijheid een vanzelfsprekendheid, in Afghanistan in 2006 was het dat nog niet.

Maar samenwerking helpt. Toen Nederland tussen 2006 en 2010 in de provincie Uruzgan voor vrede en veiligheid zorgde, kwamen er 1.300 Afghaanse politieagenten en 3.200 Afghaanse militairen in Uruzgan, een hele verbetering vergeleken met de ongeveer 600 medewerkers van zogenaamde ‘ordediensten’ van daarvoor. In 2010 was het aantal scholen al verdubbeld en werd er aan 54.000 kinderen, waaronder ruim 4.500 meisjes les gegeven. Oh, en Afghanen hadden zodra de Taliban weg was met elkaar afgesproken dat je een auto mag hebben en ‘m in elke willekeurige kleur mag schilderen.

En niet alleen voor de Afghanen, maar ook voor onszelf levert samenwerking wat op, want sinds de Tweede Wereldoorlog hebben de NAVO landen onderling niet meer gevochten. We verdedigen onze eigen vrijheid door samenwerking en gezamenlijke doelen in plaats van elkaar onderling te bestrijden en als bonus verdedigen we tegelijkertijd de vrijheid van de Afghanen.

Maar vrijheid levert niet alleen wat op, het is ook kostbaar. Niet alleen in geld, maar ook in mensenlevens. Vijfentwintig van mijn Nederlandse collega’s zijn dood gegaan in Afghanistan, en nog veel meer zijn voor het leven gewond geraakt, bijvoorbeeld omdat ze hun benen zijn verloren in een aanslag met een bermbom.

Als we zo meteen twee minuten stil zijn, dan ga ik aan hen denken. Bijvoorbeeld aan de zoon van een directe collega van mij die door een bermbom om het leven is gekomen en zijn chauffeur.

Aan wie gaat u denken? Welke vrijheidstrijder die ervoor zorgde dat de vrijheid die is afgesproken ook wordt nageleefd gaat u herdenken? Uw opa die in de Tweede Wereldoorlog is omgekomen? Een oorlogsverslaggeefster die haar werk met de dood heeft moeten bekopen? Of een hulpverlener die zijn leven heeft gegeven in een oorlogsgebied?

Aan wie u ook denkt, ik wil u vragen om niet alleen verdriet te voelen bij zijn of haar dood, maar ook dankbaar te zijn. Dankbaar dat in ons land onze afgesproken vrijheid wordt nageleefd. Dat wij veilig over straat kunnen, dat in Nederland winkelen een hobby kan zijn en dat iedereen niet alleen naar school kan, maar zelfs moet.

Want vergeet nooit:

  • Vrijheid is het waard om voor te vechten
  • En vrijheid is nooit vanzelfsprekend

 

Bestel een gesigneerd exemplaar
Archief
Categorieën